16-03-08

Dossier Belspelletjes IN DE HUMO

DossierBelspelMelet


Blijf even aan de lijn, wij nemen u zo dadelijk in het ootje

Bij de 'bekende' diersoorten die we zoeken zijn onder meer de landbeer, de steenkraai, de moerhaas, de bokvis, de korenvlieg en de gander.

'Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan... We zetten de eindspurt in! 0905-82026... Pak de telefoon en toets mijn nummer in en bel nú! Komáááán, komaan-komaan-komaan-komaan-komaan... Het moet hier gaan gebeuren, de eindspurt, de eindspurt, wie komt het doen? 0905-82026... Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan... Kom op, kom op, kom op... Nu móét het gaan gebeuren... Komaan-komaan-komaan... Dit zijn je aller-aller-allerlaatste kansen: 0905-82026, komáááán! Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan-komaan-komaan... Het gaat om 5.000 euro... Kom maar bij mij in de uitzending, neem het geld maar mee... Maar je moet het snel gaan doen: kijk de tijd, oooh, de tijd, de tijd, oelalalala... Komáááán, kom op, kom op, kom op... Nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu... Aiaiaiaiai! (Zucht) Hallo, met wie spreek ik?'

(Caroline Van Keymeulen, 'Woordzoeker', VTM/Kanaaltwee)

Wie dacht dat de komst van de commerciële televisie voor een ongeziene kwaliteitsverbetering zou zorgen, dacht misschien niet meteen aan de bagger die de vrije jongens in de daluren over ons zouden uitstorten. Gezwets van astrologen, advertenties van telefoonhoeren, teleshopping - het kan niet op. Maar het fenomeen dat bij de kijkers wellicht het meest kwaad bloed zet, zijn de belspelletjes. Sinds ze in 2004 de kop opstaken, regent het klachten over blunders, halve waarheden en hele leugens en soms zelfs regelrecht bedrog. Tijd voor een stand van zaken, zegt u? Fillumpjeuh!

Zaterdagnacht 10 februari. Op VT4 is Joyce Kokkinakis op zoek naar dieren. Ze staat bij een rooster met letters die, net als Scrabble-blokjes, elk een bepaalde waarde hebben. 'Zoek een dier van 9 punten,' luidt de opgave. 'Dieren die je kent,' preciseert Joyce, 'daar mag je zeker van zijn. Het is niet dat ik hier dieren heb staan waarvan je denkt: leeft dat dier in Zuid-Afrika of in Azië? Neen!' De MOT gaat snel de deur uit, voor 50 euro. 'Ken jij een mot?' vraagt Joyce. 'Je ziet het, nu weet je op welk niveau we werken.' De MIER ('Kent iemand geen mier?') en de LAMA ('Heb je nog nooit van een lama gehoord?') volgen. De hele uitzending lang blijft Joyce ons inpeperen dat we de antwoorden '100% zeker' kennen: '9 punten! Is het een dier, en ken je het dier, ben je er ook zeker van dat jouw buurman het dier kent? Wel, twijfel niet!'

Na een dik uur slaat een beller een STEUR aan de haak. 'Zoek het niet te ver,' zegt Joyce, 'Nu heel eerlijk: mijn oma heeft ook steuren in haar vijver, steurs in haar vijver. Voilà, je hoeft het niet ver te zoeken... Ken jij een steur? Ja toch, die vis! Ken jij een lama? Ken jij een mier? Ken jij een mot? Wel, die twee laatste antwoorden ken je ook.' En nog wat later: 'Gek genoeg heb ik de makkelijkste antwoorden nog niet gehoord... Je kent de dieren die op mijn bord hangen sowieso... Je kent alle dieren, dat zei ik je! Die twee laatste antwoorden ken jij ook!'

Hoe harder Joyce roept, hoe valser ze klinkt. Haar taak bestaat erin zoveel mogelijk mensen te laten bellen. En dat lukt aardig: een klein tellertje op het scherm geeft aan dat er per minuut vaak meer dan vijftig bellers zijn. Een telefoontje kost maximaal 2 euro, dat tikt dus lekker aan.

We spelen met een 'Directe Lijn', lees ik op het scherm. Ik wil Joyce even bellen om te zeggen dat ze het er te dik oplegt, maar dat kan zomaar niet. Een 'Directe Lijn' betekent in de wereld van de belspelletjes namelijk iets heel anders dan in het echte leven: je kunt niet zomaar met de presentatrice bellen, de 'Directe Lijn' gaat alleen open als de regisseur dat beslist. Af en toe valt er een gaatje, en daar moet je dan zien in te duiken. Het wordt laat, even zie ik het beeld opdoemen van miljoenen spermatozoïden die als gek naar een eicel zwemmen, terwijl er maar eentje naar binnen mag. De bellers zijn met minder, maar even frenetiek.

Terwijl ik een sanitaire stop inlas, sukkelt er nog een VAARS de deur uit. Uiteindelijk blijft er nog één antwoord over - het zogenaamde topantwoord. Er valt 1.000 euro mee te winnen. 'Ik vraag mij af waarom ik dat antwoord nog niet gehoord heb,' zegt Joyce. 'Waarom heb ik dit antwoord nog niet gehoord?! Ik had dit antwoord eigenlijk al lang verwacht. Normaal, bij een ander spel, krijg ik dát antwoord altijd te horen! En nu, vandaag...'

De uitzending stopt om drie uur. Als het einde nadert, verschijnen er tips op het scherm. Op de duur krijgen we echt de pap in de mond: we zoeken een dier met een E, een M en nóg een E. 'Normaal krijgen we dat altijd te horen,' zegt Joyce, 'echt waar. En nu, vannacht... Duizend euro kan dat dier jou opleveren! 0905-82505! Waar blijf je?'

Behulpzaam als ik ben, besluit ik Joyce uit haar lijden te verlossen. Even kijken: een dier met een E, een M en nog een E. En er is zowaar ook een O beschikbaar... Zou het EMOE kunnen zijn, de Australische loopvogel? Tenslotte heeft Joyce al een halve hint in die richting gegeven: ze zoekt geen dier uit 'Zuid'-Afrika of Azië. Nu kan het niet meer fout gaan! Op de valreep gaat de 'Directe Lijn' eindelijk open: 'EMOE', zegt een zekere Martine apetrots. Fout, zegt Joyce! Het moet MELET zijn, een soort ansjovis. Allicht zwemt die in de vijver van haar oma.

U vindt het volledige artikel in Humo 3523

 

09:52 Gepost door DJ in Algemeen | Permalink | Tags: media | Commentaren (0) |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.